Legbatterij of scharrelstroom?

 


 

Elektriciteit zoekt de weg van de minste weerstand. Als elektriciteit ergens wordt gebruikt, is het aannemelijk dat deze elektriciteit afkomstig is van de dichtstbijzijnde centrale, uiteraard afhankelijk van hoe de infrastructuur is opgebouwd. Het leuke is dat enerzijds de elektriciteit zich niets aantrekt van welke partijen de elektriciteit aan elkaar verkopen – de elektriciteit die we kopen bij Nuon is misschien wel opgewekt door Electrabel – en anderzijds de infrastructuur van groter belang is dan je soms denkt.


Op dit moment worden er al nieuwe elektriciteitscentrales gebouwd, gepland of ze zijn in voorbereiding. De locaties zijn bijvoorbeeld de Rijnmond of de Eemshaven. Zeker in de Rijnmond zijn er grote afnemers, maar er wordt straks veel meer opgewekt dan er lokaal nodig is. Dus is er een goede infrastructuur nodig. We willen immers leveringszekerheid, geen stroomonderbrekingen, niet te veel netvervuiling en dat alles via een net dat goed wordt onderhouden. Toch niet onbelangrijk voor datacenters! Die willen immers ‘garantiestroom’ en geen ‘scharrelstroom’.


Maar het huidige landelijke transportnet kan die hoeveelheid op sommige plaatsen niet aan, waardoor er nu al flink wordt gesteggeld over wat er moet gebeuren en wie dat betaalt. Hier zien we een botsing tussen de ‘vrije markt’ voor nieuwe centrales en de gereguleerde ‘markt’ voor transport. De overheid heeft weinig grip op de planning en aard van productiecapaciteit, maar moet wel zorgen voor voldoende en betrouwbare transportcapaciteit.


Dan is er nog een ander punt. Onze overheid is een groot voorstander van elektrische auto’s. Maar als we allemaal elektrisch gaan rijden, wanneer gaan we die auto’s dan opladen? We hebben ze allemaal tegelijkertijd in de spits nodig, dus in de uren daarvoor zal er een ‘legbatterij’ ontstaan. Wat voor piek veroorzaakt dat? Kan de infrastructuur dat aan?


Daarom is het essentieel ontwikkelingen – en vooral de consequenties ervan – op de voet te volgen, of er een goed ingevoerde consultant voor in te schakelen. Zeker als het elektriciteitsverbruik zal toenemen of als een nieuwe vestiging wordt gepland. Misschien moet het datacenter op een andere plek komen, waar de infrastructuur betrouwbaarder is. Kortom, we moeten zorgen dat we op de juiste manier op het net worden aangesloten, anders wordt het flink investeren in noodstroom!


Veel vragen zijn nog lang niet beantwoord en sommige nog niet eens gesteld. Willen we wel kolencentrales, gezien de CO2-doelstellingen? Willen we weer kernenergie? Komt er een overschot aan windenergie? (Want als het waait hoeft dat niet te betekenen dat er ook vraag is.) Allemaal onzekerheid, terwijl we ons juist kiplekker willen blijven voelen en we geen eieren voor ons geld hoeven te kiezen. Eet smakelijk!


Ben van Bemmel is directeur van McKinnon & Clarke

 

Gepubliceerd: 13 oktober 2009

 

Meer blog posts staan hier