Column van Pieter Carlier:

 

‘Going green’? Eerst meten!

 


 

Om de energie-efficiëntie van een bestaand datacenter te kunnen bepalen is een algeheel en gedetailleerd inzicht in de energieconsumptie en de klimaatbeheersing noodzakelijk. Alleen dan kunnen de eerste stappen worden gezet om de benodigde ‘groene’ maatregelen te treffen. In een datacenter zou het meten, vastleggen en analyseren van allerlei elektrotechnische en klimatologische waarden een continu proces moeten zijn en onderdeel moeten uitmaken van de algehele bedrijfsstrategie. Wat je niet meet kun je niet managen.


Het meten en vastleggen van temperaturen op verschillende hoogten in de koude gangen en het meten van de luchtdruk op diverse plaatsen onder de verhoogde vloer van het datacenter kan niet alleen helpen bij het bepalen en handhaven van het juiste klimaat in de ruimte, maar kan ook helpen bij het nemen van maatregelen ter voorkoming van ongewenste vermenging van warme en koude luchtstromen. Met de verkregen meetwaarden kan bijvoorbeeld worden bepaald in hoeverre het afsluiten van warme of koude gangen een duurzame en kostenbesparende werking zal hebben.


Met het meten en vastleggen van de opgenomen elektrische vermogens van zowel de IT-apparatuur (servers, switches, storage en dergelijke) als de ondersteunende apparatuur (klimaatbeheersing, UPS, verlichting, beveiligingsapparatuur en dergelijke) kan uiteindelijk de efficiëntie van het datacenter worden bepaald. Internationaal gebruikte waarden om de mate van efficiëntie van een datacenter aan te geven zijn de PUE (power usage efectiveness) en de DCiE (data center efficiency), die beide zijn geïntroduceerd door de Green Grid en zijn gebaseerd op de verhouding tussen het opgenomen elektrische vermogen voor IT-apparatuur en de energieconsumptie van de facilitaire apparatuur in het datacenter.


Als aan de hand van alle meetgegevens de mate van efficiëntie eenmaal is bepaald, kan worden begonnen een uiteindelijk plan van aanpak met energiebesparende maatregelen op te stellen om het datacenter naar een hoger efficiëntieniveau te brengen.


Vaak kunnen door relatief eenvoudige en goedkope ingrepen al behoorlijke energiebesparingen worden gerealiseerd. Een goed startpunt is maatregelen vanuit een ‘best practices’ checklist te gebruiken om de energieconsumptie te reduceren. Het is daarna natuurlijk van groot belang te (blijven) monitoren in hoeverre de veranderingen de PUE/DCiE positief hebben beïnvloed. Uiteindelijk blijkt dan ook de RoI (return of investment) een meetbare waarde te zijn en zullen de energienota’s daadwerkelijk lager zijn.


Pieter Carlier (RCDD) is consultant bij All IT Rooms en Green IT Rooms

 

Gepubliceerd: 13 juni 2009

 

Meer blog posts staan hier