Column - Ronald Timmermans
Temperatuurbereik PDUs - Lees
verder
In de nieuwe DatacenterWorks
- Koelen met lage luchtsnelheden
- Digital realty
- HP's servertechnologie heeft grote impact op datacenters
- TCO van datacenter lastiger te berekenen
Op zoek naar eerdere nummers van DatacenterWorks?
Volg ons op YouTube en Twitter
|
Video over computerruimtes en datacenters vindt u op het YouTube-kanaal van DatacenterWorks. U kunt ook het datacenternieuws volgen via Twitter: www.twitter.com/datacenterworks |
Nieuws
08-02-2010
Reis naar de cloud begint bij het datacenternetwerk
Edwin de Brave
Virtualisatie was in 2009 een van de meest besproken IT-onderwerpen. De economische druk om meer te doen met minder, en het einde van de levenscyclus van de ‘oude’ generatie technologieën hebben dit onderwerp hoog op de agenda van CIO’s gezet. De virtualisatietrend zet zich dit jaar door, zeker nu experts cloud computing als model van de toekomst hebben uitgeroepen.

Servervirtualisatie wordt steeds populairder als oplossing voor de uitdagingen op het gebied van kostenbeheersing en het draaiende houden van de serveromgeving in datacenters. Het zorgt voor een beter gebruik, vereenvoudigd beheer en kostenverlaging. Toch brengt deze ontwikkeling ook nieuwe uitdagingen met zich mee. Want zonder een krachtig highspeed netwerk als fundament kan een datacenter virtualisatie niet ondersteunen. Om die reden kijken bedrijven op dit moment met een kritische blik naar de netwerken in hun datacenters.
Negatieve impact op applicatieprestaties
Bedrijven moeten zich realiseren dat virtualisatie niet van de ene op de andere dag is te verwezenlijken. Het is meer een reis naar een ‘ideale’ wereld van cloud computing, waarin alle functies als dienst worden geleverd. Organisaties die geen goede basis leggen, zullen nooit de vruchten plukken van virtualisatie. De meeste bedrijven beschikken al over een netwerk dat de servers in het datacenter verbindt met de ‘buitenwereld’. En de kans is groot dat dit via een Ethernet-verbinding gebeurt met een snelheid van 1 Gbps of minder. Deze capaciteitsbeperking kan om diverse redenen een negatieve impact hebben op prestaties van applicaties. Zo is steeds meer bandbreedte nodig voor de huidige generatie applicaties: Oracle Rac alleen al vereist bijvoorbeeld 700 Kbps in bepaalde bedrijfsomgevingen. Daar komen de stijgende populariteit van web- en videoapplicaties en de capaciteit die deze innemen, nog eens bij. Bij virtualisatie draaien verschillende applicaties op één server, waarbij elke applicatie de netwerkinterfacekaart op de server nodig heeft om met gebruikers te communiceren.
Hoge netwerksnelheid
Een van de grote voordelen van virtualisatie is dat applicaties mobieler worden en bij een ontdekte fout van de ene naar de andere fysieke machine zijn te plaatsen. Bovendien zijn extra virtuele machines (VM) snel toe te voegen als er meer capaciteit vereist is voor een applicatie. Een hoge netwerksnelheid is dan cruciaal om dit naadloos te laten verlopen. Te weinig netwerkcapaciteit zal dan ook een directe invloed hebben op datacenteractiviteiten. Daar komt bij dat virtualisatie gevolgen heeft voor de manier waarop een bedrijf het netwerk beheert. Traditionele netwerken bieden geen volledig inzicht in al het verkeer dat specifieke virtuele machines op een gevirtualiseerde server in- of uitgaat. Bij deze netwerken houdt de netwerkgrens op bij de netwerkinterfacekaart en is dus niet te bepalen welk verkeer naar welke VM gaat. Bovendien is er geen inzicht in het verkeer tussen de virtuele machines.
Snelgroeiend aantal IP-adressen
Virtualisatie heeft duidelijk een grote impact op de prestaties en vereist een krachtige architectuur. Alleen dan kan een organisatie gebruikers eenvoudige en snelle toegang bieden tot netwerkapplicaties, ongeacht waar ze zijn of welk apparaat ze gebruiken. Daarnaast moeten Domain Name Services (DNS) kunnen omgaan met een snelgroeiend aantal IP-adressen en dynamisch genoeg zijn om een virtuele omgeving te ondersteunen. DNS zijn als het ware de ‘Gouden Gids’ van het netwerk: ze vertalen domeinnamen in IP-adressen, vinden de informatie en bieden deze via het netwerk aan de gebruiker aan. In een virtuele omgeving is het vertaalproces van domeinnamen in IP-adressen nog complexer, aangezien het aantal IP-adressen sterk stijgt. En als virtuele servers worden verplaatst, is het voor de DNS-server nog lastiger om zijn taken uit te voeren.
Ook een uitdaging – hoewel niet gerelateerd aan virtualisatie – is, dat traditionele netwerken voor servertoegang grotere (maar minder) netwerkswitches gebruiken, die langere kabels nodig hebben om elke server met het netwerk te verbinden. Het gevolg hiervan is dat de rijen in datacenters zijn vergeven van Ethernet-kabels die niet alleen kostbaar zijn in installatie en onderhoud, maar uitbreiding fysiek lastig maken.
Interne cloud
Bovengenoemde uitdagingen zijn weg te nemen door de architectuur en capaciteit van het datacenternetwerk (DCN) aan te pakken. Dit is cruciaal om virtualisatie effectief en met een optimaal resultaat te ondersteunen. Er is geen twijfel dat computingmodellen evolueren en een virtuele realiteit met zich meebrengen, waarin computing, storage en netwerk in elkaar vloeien om zo IT-diensten aan te bieden, ongeacht de locatie of gebruikte fysieke hardware. De opzet van interne clouds is cruciaal voor een organisatie: alleen dan kan een bedrijf hierin groeien en ervaring opdoen, en de inzet van externe cloud-providers overwegen. Om een interne cloud op te zetten, moeten bedrijven diverse stappen doorlopen. De eerste stap is het creëren van een basis voor het DCN door de serverkant van het netwerk opnieuw in te richten. Zo moet een bedrijf de netwerkbandbreedte verhogen naar 10 Gpbs om zo voldoende capaciteit voor virtualisatie te bieden. Op basis van VM-switchingtechnologie zijn de virtuele wereld en het netwerk dichter bij elkaar te brengen door de netwerkgrens uit te breiden naar de virtuele machine. Toepassing van Top-of-Rack switchtechnieken vergroten ook de datacenterflexibiliteit en die zorgen ervoor dat minder bekabeling nodig is, wat resulteert in lagere kosten.
Opschalen
Een tweede stap is het opnieuw onder de loep nemen van netwerkdiensten, zoals die voor benaming (DNS), adressering (DHCP) en beheer van de IP-adresruimte (IPAM). Elk stuk van de IT-infrastructuur – het netwerk, de servers, applicaties et cetera – heeft deze netwerkdiensten tenslotte nodig om te kunnen functioneren. Als deze diensten niet werken, vallen alle IT-systemen uit. De netwerkdiensten moeten kunnen opschalen met netwerkgroei en een stijgend aantal IP-adressen, maar toch flexibel genoeg zijn om hiermee te kunnen omgaan in verband met virtualisatie. Kortom: bedrijven moeten ervoor zorgen dat hun netwerkdiensten een flexibele IT-infrastructuur op basis van virtualisatie ondersteunen.
De inzet van technologieën voor applicatie-delivery draagt bij aan het maximaliseren van de applicatiebeschikbaarheid en zorgt voor voldoende beschikbare capaciteit om ze zonder vertragingen en fouten te laten werken. Ook bieden deze technologieën mogelijkheden om het beveiligingsniveau van applicatietransacties te verhogen. Op het moment dat de serverkant van het netwerk het platform wordt voor het convergente datacenternetwerk, gaan bedrijven profiteren van convergentie en kan storage via het Ethernet-netwerk verlopen.
Unified fabric
De combinatie van computer- en storageverkeer op één netwerk staat ook wel bekend als een ‘unified fabric’. Deze architectuur vereenvoudigt de netwerkopbouw en daarmee het beheer. Het aantal netwerkkaarten wordt teruggedrongen doordat verschillende verkeersstromen via hetzelfde netwerk verlopen. Dit resulteert in minder bekabeling, betere benutting van de rackruimte en betere luchtstromen. Bedrijven profiteren van technische, operationele en commerciële voordelen in het datacenter. Vanuit technisch oogpunt vormt het eenvoudige, gestroomlijnde ontwerp van een unified fabric het fundament voor een snelle en krachtige infrastructuur die virtualisatie mogelijk maakt. Verplaatsingen, toevoegingen en veranderingen zijn makkelijker uit te voeren en technologie-investeringen eenvoudiger te plannen. Zo is het toevoegen van capaciteit niet langer een operationele uitdaging; een bedrijf plaatst snel nieuwe switches en racks zonder de hoge kosten van extra kabels.
Een unified fabric vereenvoudigt de infrastructuur. Door de infrastructuur te stroomlijnen, besparen bedrijven tot vijftig procent op kosten. Tel daar een reductie van het energieverbruik van dertig procent, minder licenties en minder onderhoud bij op, en de keuze om vandaag nog te starten met virtualisatie is snel gemaakt.
Edwin de Brave heeft bij Dimension Data als Director Solutions veel expertise op het gebied van netwerkintegratie, datacenternetwerk,-operations management en OSS/BSS-oplossingen. Hij werkt al ruim vijftien jaar voor Dimension Data.





















